Animatiefilm regels

Animatiefilm maken: 12 regels voor een goede animatie

Een animatiefilm heeft vele voordelen op zakelijk gebied. Wat voor animatie u ook laat maken, de video moet altijd voldoen aan een aantal regels. Deze principes zijn opgesteld door beroemde Disney animatoren. Welke regels dit zijn en waarom ze zo belangrijk zijn? Dat leest u hieronder.

Waarom zijn er regels in animatiefilms?

Hoewel iedereen weet dat animatie niet echt is, vindt ons brein het toch fijner als iets er realistisch uitziet. Dit geldt dus ook voor animatie: hoe meer de bewegingen eruit zien zoals in het echt, hoe aangenamer wij het ervaren.

Nu denkt u misschien: de meeste animaties zien er juist niet realistisch uit. In veel animatiefilms zien we namelijk overdreven gezichtsuitdrukkingen en anatomisch onmogelijke bewegingen voorbijkomen. Dat klopt, naast realisme is het namelijk net zo belangrijk om de animatiefilm overtuigend en levendig te maken.

Door onderstaande regels te volgen, wordt uw animatie dus realistisch, levendig en overtuigend.

1. Versnellen en vertragen

U heeft het vast wel eens gezien in een tekenfilm: een karakter sprint weg en komt vlak voor een klif tot stilstand. Als u goed kijkt, ziet u het karakter langzaam beginnen te rennen en daarna versnellen. Bij het tot stilstand komen, vertragen de benen weer. Soms blijft het karakter zelfs nog even op dezelfde plek rennen voordat er vooruitgang te zien is.

2. Anticipatie

Bij anticipatie in animatiefilms gaat het niet zoveel om de actie zelf, maar juist de indicatie dat die actie nog gaat gebeuren. Denk hierbij aan het optillen van een hamer. Als kijker weet u dat de actie in dit geval het slaan met de hamer is, ondanks dat u dit nog niet heeft gezien.

3. Squash & stretch

Emoties en bewegingen zijn dynamischer wanneer de squash & stretch regel wordt toegepast. Dit houdt in dat een karakter of object eerst induikt tot iets kleins, om vervolgens uit te rekken. Een voorbeeld hiervan is een gezicht dat eerst fronst om daarna een verbaasde uitdrukking te maken met hoge wenkbrauwen en open ogen.

4. Bogen

Realistisch gezien beweegt vrijwel niets in een perfect rechte lijn. In een animatiefilm dus liever ook niet. Armen, benen, objecten, alles beweegt in bogen. Zwaaien is hierin een goed voorbeeld.

5. 1 voor 1 VS. sleutelposes

Er bestaan voor deze regel twee opties: de 1 voor 1 methode, ook wel straight ahead action genoemd, en de sleutelpose methode, ook wel pose to pose genoemd.

De 1 voor 1 methode houdt in dat de animator de handeling frame-voor-frame tekent. Dit geeft een realistisch beeld, maar is een ware uitdaging. De proporties behouden in deze techniek is een lastige opgave waar ervaring en geduld voor nodig is.

De sleutelpose methode is iets makkelijker: de animator tekent eerst de begin pose en de eind pose. Daarna voegt hij/zij de sleutelposes daartussenin toe. Dit geeft een minder realistisch beeld, maar scheelt wel tijd.

Een combinatie van 1 voor 1 en sleutelposes werkt voor veel projecten het beste.

6. Staging in animatiefilms

Staging slaat bij animatiefilms op de regie van een beeld. Hierbij draait het om de vraag: Wat is het belangrijkste dat de kijker moet zien?

Een goede manier om te testen of de staging goed gedaan is, is door een silhouette te maken van het beeld. Als de belangrijke objecten ook in silhouette vorm duidelijk zijn, is de animatie goed. Is het in silhouette vorm onduidelijk wat de kijker moet zien? Dan moet de staging worden verbeterd.

7. Overdrijven

Zoals aan het begin van dit artikel al genoemd is, is overdrijven een groot onderdeel van animatiefilms. Dit maakt de video levendig en dynamisch. Voorbeelden van overdrijven zijn: ogen die uit het gezicht springen van verbazing, stoom uit de oren van boosheid of een sprong tot in de ruimte.

8. Follow through & overlapping

Deze regel is gebaseerd op zwaartekracht en geeft meer realisme aan het beeld. Het overlappen en doorvolgen van bewegingen ziet er namelijk realistischer uit dan wanneer alles tegelijk gebeurt. Bijvoorbeeld: een springende vrouw ziet er realistischer uit als de beweging van haar haren en rok een kleine vertraging hebben op de beweging van de benen.

Tip: wij maken voor de meest realistische resultaten eerst een video van de beweging door een echt persoon. Op die manier kunnen we in de animatie een voorbeeld volgen en de bewegingen precies afstemmen op de realiteit.

9. Secundaire actie

Twee acties die elkaar opvolgen kunnen grote invloed hebben op de interpretatie van de kijker. Bijvoorbeeld: iemand is groente aan het snijden. Hij zegt tegen zijn vrouw dat hij niet boos is (actie 1) en hakt daarna met extra kracht in op de groenten (actie 2). Ondanks de ontkenning in de dialoog, interpreteert de kijker wel degelijk dat het karakter boos is op zijn vrouw.

10. Timing

De lengte van een beweging kan ook verschillende boodschappen overbrengen. Als een karakter zijn/haar hoofd langzaam omdraait, geeft dit een hele andere emotie en reactie weer dan wanneer het hoofd snel omdraait.

11. Solide tekening (voor 3D animatiefilms)

Deze regel geldt voor 3D animaties. Rekening houden met de vormen waaruit de 3D animatie bestaat, zorgt voor meer inzicht in waar gewicht en volume vandaan komt. Hierdoor is het weer makkelijker de animatie realistisch te maken.

12. Binding

Door een karakter inhoudelijk interessant te maken, wordt de animatiefilm overtuigender. De kijker bindt zich dan aan het karakter, of dit nu een positieve of negatieve binding is.

Animatiefilm laten maken?

Blue Wire Media gaat graag voor u aan de slag. Voor animatie gelden andere tarieven dan voor onze audiovisuele bedrijfsfilms. Neem contact op voor een op maat gemaakte offerte.

× Hoe kunnen we u helpen? Available from 06:00 to 21:00